Een Korte Geschiedenis van
Mensenrechten

De Magna Carta (1215)

De Magna Carta, ook wel "Magna Charta" genoemd, werd door de Koning van Engeland in 1215 ondertekend en betekende een keerpunt in mensenrechten.
De Magna Carta, of de “Grote Charter”, heeft vroeg in de geschiedenis grote invloed gehad op het langdurige historische proces dat geleid heeft tot de constitutionele wetgeving zoals we die vandaag de dag kennen in de westerse wereld.

Nadat Koning John van Engeland in 1215 een aantal oude wetten en gebruiken had overtreden, werd hij door zijn onderdanen gedwongen de Magna Carta te ondertekenen. De Magna Carta werd pas later gezien als een document voor de mensenrechten. Hierin stond onder andere dat de kerk het recht had om vrij te zijn van overheidsbemoeienis, dat alle vrije burgers het recht hadden op onroerend goed en erfrecht en dat zij beschermd moesten worden tegen extreem hoge belastingen. Er was in vastgelegd dat weduwen met onroerend goed het recht hadden om zelf te kiezen of zij wilden hertrouwen en er werden afspraken vastgelegd voor een eerlijk proces en gelijke behandeling voor de wet. Er stonden ook voorwaarden in om omkoping en wangedrag van de overheid tegen te gaan.

De Magna Carta was een belangrijk keerpunt in de strijd naar vrijheid en wordt door velen gezien als een van de belangrijkste rechtsdocumenten in de ontwikkeling naar democratie.

Petitie van het Recht (1628)

Het Engelse Parlement zond in 1628 deze verklaring van burgervrijheden naar Koning Charles I.
De daaropvolgende mijlpaal in de ontwikkeling van de mensenrechten was de Petitie van het Recht, in 1628 opgesteld door het Engelse Parlement en naar Charles I gestuurd als een verklaring van burgervrijheden. Doordat het parlement weigerde om het impopulaire buitenlandse beleid van de koning financieel te ondersteunen, was de regering wel genoodzaakt om hoge leningen af te sluiten en militaire troepen bij mensen thuis onder te brengen om te bezuinigen. Willekeurige arrestaties en gevangenneming van tegenstanders van het beleid zorgden in het parlement voor een enorme vijandigheid tegen Charles en George Villiers, de Hertog van Buckingham. De Aanvraag tot Rechtsherstel, op initiatief van Sir Edward Coke, was gebaseerd op eerdere statuten en handvesten en bestond uit vier principes: (1) Er mogen geen belastingen worden geheven zonder instemming van het parlement, (2) Geen enkele onderdaan mag gevangen worden genomen zonder dat de reden wordt aangegeven (herbevestiging van het recht van bevel tot voorleiding; Habeas Corpus), (3) Soldaten mogen niet worden ingekwartierd bij burgers en (4) De krijgswet mag niet worden gebruikt in vredestijd.